/Journal

Server-side GTM opzetten: de vier keuzes die ertoe doen

GidsServer-side2026.11.04
Freek Kampen
Freek KampenMede-oprichter, New North Digital

De servercontainer aanmaken is een paar klikken. Hosting, domein, routering en testen bepalen of het in productie werkt.

Het makkelijke deel

In Tag Manager maak je een nieuwe container aan en kies je Server als platform. Daarna vraagt Tag Manager hoe je de taggingserver wilt inrichten. De meeste tutorials besteden hun tijd aan deze klikken, en die zijn het snelle deel.

Het werk zit in de vier keuzes hieronder. Die bepalen of de setup het in productie houdt.

1. Waar de server draait

Tag Manager biedt aan om automatisch een server voor je op Google Cloud te zetten. Google zegt zelf dat die alleen bedoeld is om te testen. Hij draait in us-central1 in Iowa, in welk land je bezoekers ook zitten, en ondersteunt geen productieverkeer. Prima om mee te leren, niet voor een webshop.

Voor productie zijn er twee routes. Je draait het zelf op Cloud Run. Google raadt minimaal twee instances aan, elk met 1 vCPU en 0,5 GB geheugen, voor ongeveer $45 per instance per maand. Of je kiest voor handmatig inrichten en plakt de configuratiestring in een hostingdienst zoals Stape of Taggrs.

We vergeleken beide routes, inclusief kosten, in Cloud Run of Stape.io en Taggrs of Stape.io.

2. Op welk domein hij staat

Op het standaardadres op run.app kan de server helemaal geen server-side cookies zetten. Dan betaal je voor server-side tagging en houd je de beperkingen van de browser.

Google noemt same origin de beste aanpak. De server antwoordt dan op een pad van je eigen site, zoals example.com/metrics, via een CDN of load balancer. Het alternatief is een subdomein zoals metrics.example.com, dat je met DNS-records naar de server laat wijzen. In beide gevallen vul je de URL in bij Container Settings in de servercontainer.

3. Hoe de data er komt

Je webcontainer blijft het verzamelen doen. Voeg een configuratievariabele voor de Google-tag toe met de parameter server_container_url en de URL van je server als waarde, koppel die aan de Google-tag en laat die tag vuren op Initialization. De GA4-client in de servercontainer vangt de verzoeken op.

Daarna zet je in de servercontainer een tag per platform: GA4, Google Ads, Meta enzovoort. Je bepaalt per platform wat er naartoe gaat.

4. Testen voordat iemand ervan afhangt

Een kapotte servercontainer breekt alle platforms tegelijk, ook de conversies waar je advertentiecampagnes op bieden. Open de preview van de web- en de servercontainer samen en volg één event van begin tot eind. Zet /healthy achter je server-URL. Die hoort "ok" terug te geven.

Draai je Cloud Run zelf, stel dan een maximum aantal instances in om de kosten te begrenzen. Boven ongeveer een miljoen verzoeken per maand kun je request logging beter uitzetten. Google waarschuwt dat logging bij dat volume flink in de kosten loopt.

De volledige handleiding, klik voor klik, staat op newmetrics.io (Engels). Wil je het liever laten inrichten, kijk dan bij server-side tagging.

Wil je hierover doorpraten?

Stuur je op cijfers die kloppen?

Eén gesprek is vaak genoeg om te zien waar het misgaat.

Duurt 1 minuut